1 Korintiƫrs 15:4 - Hij is ten derde dage opgewekt naar de Schriften

Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften. (1 Korintiërs 15:3-4)
 

De traditie wil dat Jezus is gestorven op een vrijdag, laat in de middag, en opgestaan op de zondag, rond zonsopgang. Maar regelmatig komen mensen met andere berekeningen, en zo op het oog zelfs met waterdichte argumenten. Aangezien er weinig twijfel is over de dag van zijn opstanding, betekent dat, dat zijn sterven dan wordt ‘vervroegd’ naar de donderdag, of zelfs naar de woensdag. Hoe zit dat? We zitten schijnbaar met de volgende problemen:

  • Waar op de ene plaats wordt gezegd dat Jezus ‘op de derde dag’ zou opstaan, vinden we op de andere plaats dat dat zou gebeuren ‘na drie dagen’. Dat laatste zou voor ons betekenen: op de vierde dag.
  • Jezus heeft het in Matteüs 12 over ‘drie dagen en drie nachten’, wat moeilijk lijkt te rijmen met elk van deze beide tijdschalen.

En dan is er nog de vraag hoe het rijmt met de gang van zaken op het Joodse Paasfeest. Veel blijkt echter terug te voeren op onze westerse wijze van denken. Wij lezen het met onze logica, en hebben onvoldoende oog voor de typische kenmerken van het Joodse taalgebruik van 20 eeuwen geleden.

Drie dagen

Die drie dagen vinden we meerdere malen in Matteüs, Marcus en Lucas. De uitdrukking ‘op de derde dag’ vinden we uit de mond van Jezus in Matteüs 16:21, 17:23 en 20:19 en in Lucas 9:22 en 18:33, van een engel in 24:7, de Emmaüsgangers in 24:21 en opnieuw Jezus in 24:46. Verder vinden we hem nog van Petrus in Hand 10:40 en van Paulus in 1 Korintiërs 15:4. De uitdrukking ‘na drie dagen’ vinden we bij Marcus in 8:31, 9:31 en 10:34, hoewel sommige handschriften daar tweemaal ‘op de derde dag’ hebben. Deze plaatsen bij Marcus komen overeen met die waar de beide andere evangelisten ‘op de derde dag’ hebben, waaruit we wel moeten concluderen dat het om dezelfde uitspraak van Jezus gaat. Maar dan gaat het ook om dezelfde tijdsperiode. Dat blijkt ook uit de vraag van de leden van het Sanhedrin aan Pilatus om het graf te bewaken ‘tot de derde dag’, omdat Jezus had gezegd dat Hij ‘na drie dagen’ zou opstaan (Matteüs 27:62-64). We moeten hier wel dezelfde periode bedoelen want het zou een beetje dom zijn om de bewaking op te heffen op de dag voorafgaand aan die aangekondigde opstanding.

Allereerst: hoe werd in die tijd een periode berekend. Stel we beginnen op een vrijdag; dan is zondag voor ons: na twee dagen (zaterdag, zondag) maar voor die tijd was het: na drie dagen (vrijdag, zaterdag, zondag). Dat lijkt misschien vreemd, maar ze telden in die tijd nu eenmaal zowel de eerste als de laatste dag mee. Vergelijk het maar met de situatie waarin je op ‘de tweede verdieping’ moet zijn: in ons land moet je dan twee trappen op, maar in Engeland maar één (de 1e verdieping is daar de onderste, dus de begane grond). We zien dat ook aan het Pinksterfeest dat 7 weken na Pasen moest worden gevierd. Voor de Jood was dat echter de 50e dag, niet de 49e. De Griekse naam van dat feest is er zelfs van afgeleid: Pentakosta, Grieks voor vijftig. Zo werd in Israël ook iedere 7 jaar een sabbatsjaar gevierd, maar elk 7e sabbatsjaar was een jubeljaar. Voor ons zou dat het 49e jaar zijn, maar de Wet noemt dat het 50e jaar. Maar ‘op de derde dag’ is voor ons allebei wel de zondag .

Voor en na de sabbat

Jezus werd kort voor een sabbat begraven, en de vrouwen gingen meteen ‘na de sabbat’ naar het graf. Zij die een langere periode voorstaan, verlengen die daarom door een extra sabbat in te voegen. De ene zou dan die van het Paasfeest zijn, en de andere een er toevallig meteen op volgende gewone sabbat, soms zelfs nog met een veronderstelde normale dag daar weer tussen, waarop de vrouwen dan hun inkopen hebben gedaan. En soms wordt dan ook nog verondersteld dat Jezus al op de avond van die ‘tussendag’ (dus weer een dag eerder) zou zijn opgestaan, en niet pas de volgende morgen. Maar dan is die zondag intussen wel de vierde of zelfs de vijfde dag. Terwijl de Emmaüsgangers duidelijk aangeven: ‘maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles [de kruisiging] gebeurd is’. Tenslotte weten we dat Martha had geprotesteerd tegen het weer openen van Lazarus’ graf, omdat er ‘al een lijklucht’ zou zijn, want het was ‘al de vierde dag’, en de ontbinding was dus al begonnen. Terwijl van de Christus stond geprofeteerd dat zijn lichaam ‘geen ontbinding zou zien’. We kunnen dus alleen maar constateren dat Hij inderdaad op de derde dag moet zijn opgestaan. Volgende keer zullen we dan kijken wat we met die drie dagen en drie nachten in Matteüs 12 aan moeten.

 

Dit artikel is voor het eerst verschenen in ons blad Met open Bijbel.

Copyright © 2011 Broeders in Christus