Bijbelse woorden: Shalom - Vrede

Definitie:

Het Hebreeuwse woord voor vrede is shalom; het bijbehorende werkwoord is shalam.  De betekenis is niet beperkt tot de afwezigheid van strijd, maar het  beschrijft een algeheel welbevinden of een leven in harmonie met anderen. De Septuaginta (de Griekse vertaling van het OT) vertaalt het in veruit de meeste gevallen met eirènè, of een daarmee samenhangend woord. Het Grieks van het NT heeft dit één op één overgenomen, en we moeten dat woord in het NT daarom ook lezen en begrijpen tegen die oudtestamentische achtergrond.

Achtergrond:

We kennen shalom als ‘vrede’. Maar in modern spraakgebruik beschrijft vrede weinig meer dan de afwezigheid van strijd. Shalom gaat veel breder. De basisgedachte van shalom is volledigheid, en dat komt er op neer dat je leeft in volledige harmonie met je omgeving: in gezondheid, zonder zorgen over je bestaan, in vrede en veiligheid, niet getroffen door tegenspoed of rampen van welke aard dan ook. Daarom vraag je bij een ontmoeting altijd eerst naar iemands shalom (zijn welzijn), en wens je hem bij het afscheid opnieuw shalom (voorspoed) toe. Wie zich onterecht zorgen maakt, stel je gerust met ‘leef maar in shalom’ (wees maar gerust, maak je geen zorgen). Zulke shalom is gebaseerd op vertrouwen, en het ergste dat je daarom kan overkomen is dat iemand op wie je vertrouwt, zich vijandig tegen je keert op een moment dat je kwetsbaar bent. David klaagt daarover in Ps. 41, waar de ‘vriend’ in vs 10 letterlijk ‘mijn man van vrede’ heet. Mogelijk bedoelt hij daar Achitofel mee, die zich verhangt wanneer hij beseft dat hij hiermee feitelijk verraad heeft gepleegd aan zijn shalom met God zelf. In elk geval maken alle vier de evangelisten melding van Jezus verwijzing naar dit vers wanneer Hij het verraad aankondigt dat Judas jegens Hemzelf zal plegen. Want ‘de straf die ons de shalom aanbrengt’, begon met het verbreken van die shalom door Judas. En ook Judas verhangt zich wanneer hij beseft dat hij met zijn daad in de eerste plaats zijn shalom met God heeft geschonden.

Dat brengt ons tot de kern: de ultieme shalom is het hervinden van de harmonie met God, die verloren ging in de hof van Eden. Vooral Jesaja spreekt daar over (zie kader). Die shalom is gebaseerd op gerechtigheid, en zal er niet zijn voor wie zijn eigen weg gaat. De leiders in Jesaja’s dagen zochten liever hun eigen oplossingen, en zowel Jeremia als Ezechiël verwijzen daarnaar als zij zeggen: Zij trachten de breuk van mijn volk op het lichtst te genezen door te zeggen ‘Vrede, vrede, terwijl er geen vrede is’ (Jer. 6:14, 8:11, NBG’51), en: Mijn hand zal zijn tegen de profeten … omdat zij mijn volk hebben doen dwalen door te zeggen ‘Vrede! zonder dat er vrede is’ (Ezech. 13:9-10, NBG’51).

Dit komt dan terug in het NT. Paulus en Johannes beginnen hun brieven regelmatig met de groet: genade en vrede zij u. Maar dat gaat steeds over de vrede met God, dus de Verzoening. De boodschap van die verlossing heet het evangelie (het ‘goede nieuws’ van Jesaja), en Paulus spreekt in dat verband van ‘het evangelie van de vrede’ (Ef. 6:15). Aan de Korintiërs schrijft hij, met een woord van Jesaja, dat deze verlossing in geen mensenhart is opgekomen, en in overeenstemming daarmee noemt hij die elders ‘de vrede van God, die alle verstand te boven gaat’ (Fil. 4:7). God heet bij hem daarom ook regelmatig ‘de God van vrede’, evenals trouwens bij de schrijver aan de Hebreeën. Wanneer Jezus in de bovenzaal zijn discipelen voorbereidt op het komende afscheid, zegt Hij: Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan (Joh. 14:27). En wat later die avond: Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt (Joh. 16:33, NBG’51). Want de echte vrede met God is er alleen in Hem. Maar het echt goede nieuws is dat die er dan ook is voor ons, niet-Joden: genade zij u en shalom.

Sjalom in de concordantie:

De woorden shalom (vrede) en shalam (vrede hebben of bewerken) komen samen ca. 350x voor in het OT. Dat wordt op uiteenlopende wijzen vertaald. In de Septuaginta vinden we het in veruit de meeste gevallen als eirènè of een daarvan afgeleid woord. Deze laatste groep komt in het NT ca. 100x voor en wordt dan meestal vertaald met vrede, maar een enkele maal ook met iets als veiligheid.

Shalom in de profetie van Jesaja:

Bij Jesaja vinden we shalom voor de weer herstelde band met God. Die ware vrede zal komen wanneer God zijn ‘vredesverbond’ met hen sluit (54:10), en God roept zijn volk daarom op die vrede te zoeken. De onrechtvaardigen (beschreven als de dorens en distels in zijn wijngaard) zal Hij vernietigen, tenzij zij ‘vrede met Hem maken’ (27:5). Hij zal daartoe zijn ‘vredevorst’ geven en diens vrede zal ‘eindeloos’ zijn (9:6-7). Die vrede zal ‘de vrucht van gerechtigheid’ zijn en de uitwerking van die gerechtigheid is ‘rust en veiligheid tot in eeuwigheid’ (32:17). Die shalom moest tot stand komen door het lijden van Zijn Knecht: ‘de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem’ (53:5). Maar die shalom zou er dan wel zijn voor alle volken: vrede, vrede voor hem die verre is (de heiden) en voor hem die nabij is (de Israëliet): 57:19; de apostel Paulus verwijst daarnaar in zijn algemene rondschrijven dat wij kennen als de brief aan de Efeziërs. De neiging van Jesaja’s tijdgenoten om hun veiligheid te zoeken in politieke bondgenootschappen met Egypte en Assyrië stelt Jesaja aan de kaak wanneer hij beschrijft hoe hun herauten en ‘vredeboden’ schreeuwen en huilen van ellende, als de Assyriërs het land toch aanvallen. Daartegenover stelt God zijn eigen vredebode, die Hij aanduidt als ‘vreugdebode’, hij die het werkelijk goede nieuws (euangelion) van ware vrede brengt (52:7). Maar de goddelozen zullen ‘geen vrede kennen’, zo wordt hun bij herhaling verzekerd (48:22, 57:21), omdat die ‘de weg van de vrede’ niet kennen (59:8).

Copyright © 2011 Broeders in Christus