Bijbelse woorden: Apollumi - Verloren

Definitie:

Apolluo (actief) en apollumi (passief) komt bijna 300 maal voor in de Septuaginta (de Griekse vertaling van het OT), als de vertaling van een reeks Hebreeuwse woorden, maar heel vaak van abad. In het NT komt het ruim 90 maal voor, voornamelijk (¾ van de gevallen) in de Evangeliën, en dan vooral bij Matteüs en Lucas. Het is een versterkte vorm van ollumi, dat wel in de Septuaginta voorkomt, maar niet in het NT. Actief is de grondbetekenis: vernietigen, en passief: verloren gaan.

Achtergrond:

De grondbetekenis van apollumi is zoiets als tenietdoen (actief) of verdwijnen (passief). Van levenloze dingen betekent dat: te gronde richten/gaan of vernietigen/vernietigd worden; van levende wezens: ombrengen/omkomen. In het NT wordt het vaak vertaald met verliezen of verloren gaan en het deelwoord soms als ‘vergankelijk’. In de Septuaginta (de Griekse vertaling van het OT) komt het bijna 300 maal voor, maar als vertaling van een paar dozijn Hebreeuwse woorden. In veel van de gevallen is het echter een weergave van abad, dat zelf bijna 200 maal voorkomt. Abad wordt in het OT heel veel gebruikt voor het uit de weg ruimen van mensen of praktijken die tegen God ingaan. Het vertelt ons dat zulke mensen of praktijken uiteindelijk geen stand zullen houden, maar zullen verdwijnen. In het geval van zijn volk: bijvoorbeeld doordat hij ze door buitenlandse machten (zoals Assyrië) laat vernietigen.

In het NT vinden we het gebruikt van de wijnzakken die verloren gaan, wanneer ze scheuren (Matteüs 9:17), of van het schip waarvan de discipelen vrezen dat het, met henzelf, zal vergaan (Matteüs 8:25). Schapen die van de kudde zijn afgedwaald, gaan ‘verloren’ (ze komen om, of vallen ten prooi aan wilde dieren). Het beeld van de herder die zo’n schaap gaat zoeken  spreekt dus van een laatste reddingspoging om het dier terug te vinden voordat het te laat is. In die zin was Jezus’ missie op aarde in de eerste plaats zo’n laatste reddingspoging voor de leden van het Joodse verbondsvolk. Tot de Syro-Fenicische vrouw zegt Hij daarom: “Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël” (Matteüs 15:24; let op dat Matteüs haar, in tegenstelling tot Marcus, een Kanaänitische noemt, een typische OT-term). Lukas geeft in hoofdstuk 15 de gelijkenis van het verloren schaap dat door de herder wordt teruggezocht en gevonden. Maar hij laat er de gelijkenis van de ‘verloren zoon’ op volgen, om duidelijk te maken dat het eigenlijk om gelovigen gaat.

Daarom staat bij Jezus verloren gaan direct tegenover behouden worden. En dan heeft Hij het niet over het leven nu, maar over eeuwig leven: “Die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel, denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij” (Lukas 13:4-5). Daarom vermaant hij de mensen in Galilea na de wonderbare spijziging : “U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat (vergankelijk is), maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft” (Johannes 6:27). En bij Matteüs lezen we: “Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden” (Matteüs 10:39). Nadat Hij al gezegd had: “Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen (verloren te doen gaan) in de Gehenna” (vs 28). Gehenna was het dal Hinnom, de gemeentelijke vuilverbranding van Jeruzalem, waar waarschijnlijk ook de lichamen van terechtgestelde misdadigers (zoals van de twee die met Jezus waren gekruisigd) werden verbrand.

Maar gelovigen hebben ook een verantwoordelijkheid jegens elkaar. Paulus spreekt over het eten van vlees dat aan afgoden is geofferd. Waar het om gaat, is niet of het mag, maar wat je er mee bereikt. Wanneer iemand anders, die tot geloof gekomen was, daardoor weer terugkeert tot het dienen van afgoden, ben je totaal verkeerd bezig. “Dan gaat die ‘zwakke’ broeder door uw kennis verloren, een broeder of zuster voor wie Christus gestorven is” (1 Korintiërs 8:11). Hij wordt niet behouden maar gaat verloren; wat hem betreft, is Jezus’ kruisdood dan voor niets geweest. En dat alleen omdat iemand zonodig dat vlees moest eten.

Apollumi in de concordantie:

Apollumi komt in het NT 92x voor, waarvan 70x in de Evangeliën en Handelingen, 13x in de brieven van Paulus en 9x in de overige brieven. Matteüs gebruikt het 20x en Lukas 27x (waarvan 1x in Handelingen). Het is heel vaak vertaald met verloren (doen) gaan of verliezen. Verder met ombrengen of omkomen, af en toe met uit de weg ruimen (in de NBV) verderven/verdelgen (in de NBG’51) of vernietigen. En in enkele gevallen met vergaan.

Apollumi in Openbaring:

In Openbaring 9 lezen we dat God afvallige gelovigen van het Nieuwe Verbond net zo behandelt als die onder het Oude Verbond, doordat hij ze door buitenlandse machten laat onderdrukken en desnoods vernietigen. Zoals in de tijd van het OT door Assyrië en Babylonië. In de symbolische taal van Openbaring 9:11 heet hun leider in het Hebreeuws Abaddon (afgeleid van abad) en in het Grieks Apollyon (afgeleid van apollumi). Dit beschrijft de opkomst van de Islam in de periode van de 7e tot de 15e eeuw. Na de 15e eeuw volgt nog een ‘proefperiode’, zoals destijds tussen de Babylonische ballingschap, gevolgd door een ‘eindtijd’, zoals bij Jezus’ eerste komst. En wanneer wij ons bij zijn wederkomst niet hebben bekeerd zullen wij allen ‘evenzo omkomen’.

Copyright © 2011 Broeders in Christus